 |
Wist u dat... |
 |
Bestrijding stofoverlast
Het immense bedrijfsterrein van OBA in het westelijk havengebied van Amsterdam ziet letterlijk zwart. Zwart van de kolen. Jaarlijks wordt hier zo’n acht miljoen ton per zeeschip aangevoerd en overgeslagen op binnenvaartschepen of goederenwagons. De strenger wordende milieu eisen dwongen OBA ertoe maatregelen te nemen tegen stofoverlast.
OBA staat voor Overslagbedrijf Amsterdam B.V., een stuwadoorsbedrijf dat al 50 jaar
bestaat. Behalve kolen wordt slaan ze bij OBA ook veevoer over. Dit wordt in loodsen op het terrein opgeslagen. Verder nemen ze mineralen als bariet, bentoniet en talk aan en is er een mogelijkheid voor de op- en overslag van schroot.
Het zijn vooral de kolenbergen die voor stofoverlast in de omgeving zorgen. Droog weer en een stevige westenwind, zijn wat dat betreft funest. Bij de afgifte van de laatste milieuvergunning eiste de provincie Noord-Holland dan ook maatregelen. Welke? Dat mocht OBA zelf weten. Als er voortaan maar aan de stofbestrijdingseisen in de Nederlandse Emissie Richtlijnen (NER) zou worden voldaan.
Besproeien van de kolenbergen leek de meest voor de handliggende oplossing.
Na het uitbrengen van een offerte en het aanbrengen van een proefinstallatie, werd de
combinatie Aquaco/Perrot de opdracht gegund. Het eerste vak waar een sproei-installatie is aangebracht is ongeveer 800 meter lang en 50 meter breed. In het midden liggen de kolenbergen. Aan één zijde van het vak monteerde Aquaco/Perrot bovengronds een stalen leidingconstructie, aan de andere zijde een ondergrondse PE leidingconstructie. Op deze constructie is om de 36 meter een zwenksproeier gemonteerd die krachtig genoeg is om het water naar de top van de berg te brengen. Want juist daar is het risico op verwaaiing van gruis het grootst. Inmiddels zijn er meer vakken van beregening voorzien.
De sproeiers worden gevoed vanuit een vijver waarin het regenwater dat op het terrein valt, wordt verzameld. De zware pomp en de benodigde elektronica zijn ondergebracht in een container nabij de vijver.
Een computer in het kantoor communiceert met de pompinstallatie. Iedere sproeier is afzonderlijk aan te sturen. Dat is belangrijk, want er wordt bij voorkeur niet gesproeid op de plaats waar op dat moment een overslaginstallatie staat, of waar onderhoudswerkzaam-heden worden verricht.
Er kunnen niet meer dan twee sproeiers tegelijkertijd aan, maar dat is voldoende. Als een sproeier twee minuten heeft gewerkt, hoeft er op die plaats twee uur lang geen water meer te komen. In 24 minuten hebben is het hele vak een keer besproeid. Begint het te regenen dan komt er een signaal dat er niet meer gesproeid hoef te worden. Ook bij vorst komt er een seintje. De installatie moeten dan leeglopen zodat er geen vorstschade ontstaat.
© Perrot
|